Een meertalige website.
Wanneer het loont en hoe je het goed doet.

Een tweede taal is geen visitekaartje maar gereedschap. Je leest hier hoe je bepaalt of het bij jou iets oplevert, en hoe je het technisch goed aanpakt: eigen adressen, hreflang en een taalwissel die mensen ook echt vinden.

Een tweede taal op je website klinkt als vooruitgang: professioneler, internationaler, klaar voor de grote wereld. Toch is het voor veel bedrijven vooral extra werk zonder extra klanten. In dit artikel lees je hoe je bepaalt of een meertalige website bij jou loont, hoe je het technisch goed aanpakt en welke onderdelen je absoluut niet mag vergeten.

Niet elk bedrijf heeft een tweede taal nodig

"Zullen we hem ook in het Engels doen?" Die vraag krijg ik regelmatig in een eerste gesprek, meestal ergens tussen de wensenlijst en de planning in. Mijn antwoord is dan bijna altijd een wedervraag: wie is die Engelstalige klant precies, en wat komt hij bij je halen? Negen van de tien keer valt het daarna even stil, en dat is prima. Het is namelijk exact de vraag die je jezelf moet stellen.

Werk je vooral voor particulieren en bedrijven binnen een uur rijden, dan is Nederlands genoeg. Een Engelse versie ziet er misschien wereldser uit, maar hij levert geen enkele extra aanvraag op en je zit er wel elke maand aan vast. Die tijd en dat geld steek je beter in scherpere teksten en in lokale vindbaarheid, want daar zitten jouw klanten echt.

Exporteer je wel, lever je over de grens of werk je met Duitse, Belgische of Scandinavische opdrachtgevers, dan verandert het plaatje meteen. Iemand die in het Duits zoekt en op een Nederlandse pagina belandt, klikt weg. Niet omdat hij je niet vertrouwt, maar omdat hij niet zeker weet of je hem kúnt helpen. In dat geval is een tweede taal geen luxe, maar gewoon gereedschap.

Zo bepaal je of het loont: kijk waar je klanten vandaan komen

Deze beslissing hoort niet in je onderbuik te zitten maar in je eigen cijfers. Ik gebruik daarvoor twee bronnen, en je hebt ze allebei al liggen.

De eerste is je administratie. Loop de facturen van het afgelopen jaar langs en tel simpelweg hoeveel er naar een buitenlands adres zijn gegaan. Is dat nul, dan is een tweede taal een oplossing voor een probleem dat je niet hebt. Is het tien of twintig procent, en groeit dat aandeel, dan wordt het serieus interessant.

De tweede bron is je website zelf. In je statistieken zie je uit welk land je bezoekers komen en welke taal hun browser gebruikt. Krijg je al maandenlang bezoek uit Duitsland zonder dat daar ooit een aanvraag uit komt, dan weet je genoeg: de interesse is er, de drempel ook. Kijk daarnaast gewoon in je mailbox. Aanvragen in het Engels, telefoontjes in het Duits, appjes van een Belgische inkoper: dat zijn de eerlijkste signalen die er zijn.

Stel jezelf daarna nog één vraag, en die wordt bijna altijd overgeslagen: wíl je die klanten wel bedienen? Leveren over de grens betekent andere btw-regels, hogere transportkosten en soms andere garantievoorwaarden. Een website in twee talen die vooral uitmondt in beleefd nee verkopen, is duurder dan geen tweede taal.

Een tweede taal voeg je toe omdat er klanten achter zitten, niet omdat het internationaal staat.

Twijfel je of een tweede taal bij jou loont?

Stuur me je website en vertel kort waar je klanten vandaan komen. Ik kijk gratis mee en zeg het je eerlijk als je dat geld beter ergens anders in kunt steken.

Vraag het Peter

Elke taal een eigen adres, en hreflang wijst Google de weg

Doe je het, doe het dan technisch goed. De belangrijkste regel is deze: elke taal krijgt zijn eigen webadres. Je Engelse dienstenpagina staat dan bijvoorbeeld op jouwbedrijf.nl/en/diensten en de Duitse op jouwbedrijf.nl/de/diensten. Zo bestaat elke versie ook echt, kan Google ze allebei opnemen, en kan een klant een link doorsturen zonder dat de ontvanger opeens de verkeerde taal voor zich krijgt.

Wat je moet vermijden zijn die vertaalknopjes die de tekst ter plekke omwisselen zonder dat het adres verandert. Voor een bezoeker lijkt dat te werken, maar voor Google bestaat die Engelse versie simpelweg niet: er is één pagina, en die staat in het Nederlands. Je betaalt dan voor een vertaling die nooit gevonden wordt. Bij de websites die ik bouw zet ik die structuur daarom vanaf dag één goed neer, ook als de tweede taal pas later komt.

  • Een eigen adres per taal: een aparte map per taal, zoals /en/ en /de/. Elke versie is dan een echte pagina die je kunt delen, meten en laten indexeren.
  • hreflang-verwijzingen: in de code van elke pagina staat welke andere taalversies er zijn en voor welk land ze bedoeld zijn. Zo toont Google de Duitse versie aan wie in Duitsland zoekt en de Nederlandse aan wie hier zoekt.
  • Vertaalde titels en omschrijvingen: de regels die in Google onder je link staan, horen ook vertaald te zijn. Vergeet je dat, dan zoekt iemand in het Duits en leest hij een Nederlandse samenvatting.
  • Eén standaardtaal: spreek af welke versie de basis is. Dat scheelt gedoe zodra je pagina's toevoegt, prijzen wijzigt of iets herschrijft.

Dit klinkt technischer dan het is. Het is werk dat je één keer goed inricht en daarna nauwelijks meer aanraakt. Slordig ingericht kost het je juist bezoekers, want dan krijgt een Duitse klant zomaar je Nederlandse pagina te zien, of andersom. Google raadt dan zelf maar welke versie bij welke bezoeker hoort, en dat raden gaat er regelmatig naast.

Een taalwissel die ook op een telefoon te vinden is

De taalwissel hoort zichtbaar te zijn zonder dat iemand ernaar hoeft te zoeken. Op een laptop staat hij rechtsboven in het menu, op een telefoon bovenaan in het uitklapmenu of pal naast het logo. Zit hij verstopt onderin de voettekst, dan vindt de helft van je bezoekers hem nooit, en dat is precies de helft die je wilde bereiken.

Twee dingen zie ik in de praktijk vaak misgaan. Het eerste zijn vlaggetjes: een vlag staat voor een land en niet voor een taal, en Engels is niet van de Britten alleen. Zet er gewoon NL, EN en DE neer, dat leest iedereen. Het tweede is automatisch doorsturen op basis van iemands locatie. Een Nederlander die in Spanje op vakantie is, wil geen Spaanse versie zien. Stuur dus nooit dwingend door, maar bied de andere taal hooguit vriendelijk aan.

En laat de taalwissel altijd naar dezelfde pagina in de andere taal springen, niet naar de homepage. Iemand die op je productpagina staat en op EN klikt, wil die productpagina in het Engels en niet opnieuw beginnen bij nul.

Machinevertaling: prima gereedschap, geen eindproduct

Ik ga niet doen alsof machinevertaling niets waard is, want dat is onzin geworden. De kwaliteit is de laatste jaren enorm gestegen en voor lange technische lijsten is het uitstekend: onderdelenoverzichten, specificaties, materiaalomschrijvingen, afmetingen. Honderd regels feiten hoef je echt niet met de hand te vertalen. Laat de machine dat doen, controleer de vaktermen en klaar.

Maar je homepage, je aanbod en je over-mij-pagina zijn geen feitenlijst. Daar zit je toon in, je humor, de reden waarom iemand jou belt en niet die ander. Een machine vertaalt de woorden en laat precies datgene achter wat het verschil maakte. Hoe je die teksten in je eigen taal wél goed krijgt, schreef ik eerder in website teksten schrijven die verkopen, en dat verhaal geldt in elke taal.

In de praktijk werkt deze verdeling het beste: laat de machine een eerste versie maken van alles, en laat daarna iemand die de taal echt spreekt de pagina's nalopen waar je geld verdient. Dat zijn er meestal niet meer dan vijf of zes. Zo houd je de kosten laag zonder dat je aanbod klinkt alsof het door een computer is bedacht.

Een halve vertaling is erger dan geen vertaling

Hier gaat het bij de meeste meertalige websites mis. De homepage is netjes vertaald, de bezoeker klikt door naar de tweede pagina en staat opeens weer in het Nederlands. Op dat moment denkt hij niet: wat jammer. Hij denkt: hier is iets niet af. En als je website niet af is, wat zegt dat dan over je werk? Eén taal die volledig klopt is altijd beter dan twee talen die halverwege ophouden. Dit zijn de onderdelen die het vaakst worden overgeslagen:

  • Je formulieren: labels, keuzelijsten, foutmeldingen en het bedankbericht na verzenden. Juist daar zit vaak nog Nederlands verstopt.
  • Je automatische e-mails: de bevestiging die iemand krijgt na een aanvraag of bestelling. Die komt meestal uit een ander systeem en wordt daarom vergeten.
  • Je contactpagina: openingstijden, routebeschrijving en je telefoonnummer met landcode ervoor. Hoe je die pagina verder aanscherpt, lees je in mijn artikel over de perfecte contactpagina.
  • Je kleine lettertjes: voorwaarden, privacyverklaring en cookiemelding horen in de taal te staan waarin je zakendoet.

Dan is er nog een deel dat niets met techniek te maken heeft: wie beantwoordt straks die Duitse aanvraag, en in welke taal? Een tweede taal op je website is een belofte. Komt het antwoord daarna in het Nederlands terug, dan ben je alsnog het vertrouwen kwijt dat je net had opgebouwd.

Houd het onderhoud ook eerlijk in beeld. Elke nieuwe pagina, elke prijswijziging en elk nieuw project doe je vanaf dat moment twee keer. Bij Great Creations beheert de klant de teksten helemaal zelf, en dat bevalt uitstekend, maar juist daarom spreek ik vooraf af wie welke taal bijhoudt. Doe je dat niet, dan veroudert je tweede taal binnen een jaar tot iets waar je liever niet meer naar linkt.

Conclusie: begin klein en maak die ene taal helemaal af

Samengevat: kijk eerst naar je facturen en je aanvragen, niet naar wat mooi staat. Zie je daar structureel klanten over de grens, kies dan één extra taal, geef die een eigen adres, regel hreflang, zet een zichtbare taalwissel neer en vertaal alles wat een klant tegenkomt, tot en met de bevestigingsmail. Liever één taal die helemaal klopt dan drie die half af zijn.

Wil je weten wat dit in jouw situatie betekent? Bij NorthByte begint het altijd met een gratis kennismaking en krijg je daarna een vaste prijs vooraf. Een complete one-page website kost €795; een meertalige site is maatwerk op aanvraag, omdat het aantal pagina's en de staat van je teksten alles bepalen. Welke opties er zijn zie je op mijn prijzenpagina, en zodra we eruit zijn staat je site live binnen 2 weken.

Veelgestelde vragen

Alleen als er Engelstalige klanten achter zitten. Kijk naar je facturen van het afgelopen jaar en naar je aanvragen: komt daar structureel iets over de grens vandaan, dan loont een tweede taal. Werk je vooral regionaal, dan haal je meer uit scherpere Nederlandse teksten en betere lokale vindbaarheid.

Voor lange technische lijsten en specificaties is machinevertaling prima als eerste versie. Voor je homepage, je aanbod en je contactpagina niet, want daar zit je toon in en die vertaalt een machine niet mee. Laat die pagina's altijd nalopen door iemand die de taal echt spreekt.

Een complete one-page website kost bij NorthByte €795, vast en zonder verrassingen. Een meertalige site is maatwerk op aanvraag, omdat het aantal pagina's en de staat van je teksten de prijs bepalen. Na een gratis kennismaking krijg je een vaste prijs vooraf en staat je site live binnen 2 weken.

Klaar voor een website die zichzelf terugverdient?

Gratis kennismaking, eerlijk advies en een vaste prijs vooraf. Je zit nergens aan vast.

Reactie binnen 24 uur, vaak sneller.